De C2C-vonk slaat over naar Duitsers

In het Duitse grensgebied groeit de belangstelling voor de Venlose Cradle to Cradle aanpak. Betrokkenen gaan in op die ontwikkeling.

De Kreis Viersen heeft zich al daadwerkelijk laten inspireren door Venlo. Het nieuwe archief van de Kreis in Viersen-Dülken wordt in 2019-’20 volgens de C2C-principes gebouwd. Het nieuwe pand gaat meer energie opwekken dan het verbruikt. Bovendien zal het een positieve ‘voetafdruk’ achterlaten. „We willen een uitroepteken achter ons archiefwerk en achter het thema circulaire economie zetten”, zegt landraad Andreas Coenen.
Hij wil de Kreis Viersen de voorloper in de Duitse grensregio maken als het gaat om C2C-activiteiten van het openbaar bestuur. „Aanleiding hiervoor waren voor mij een lezing over de C2C-uitgangspunten en een bezoek aan het stadskantoor in Venlo begin dit jaar.” 

Coenen verheugt het dat ook andere steden in de Kreis Viersen intussen oren hebben naar Cradle to Cradle. Zo besloot ook Nettetal onlangs om dit principe toe te gaan passen. Coenen: „Op deze manier kunnen we in de euregio ervaringen verzamelen en uitwisselen en daarmee een goed voorbeeld geven.” Nettetal wil de mogelijke uitbreiding van het raadhuis als C2C-project gaan uitvoeren en wil hiervoor een nauwe samenwerking met Venlo aangaan. De stad verwacht dat de C2C-principes zo grensoverschrijdend doorontwikkeld kunnen worden.

Ook Mönchengladbach heeft plannen voor een C2C-stadskantoor. Oberbürgermeister Hans Wilhelm Reiners: „Ik had het geluk dat ik tijdens het Cradle to Cradle congres in Venlo een persoonlijke ontmoeting had met Michael Braungart, een van de bedenkers van het gedachtegoed achter Cradle to Cradle. Ik was daar diep van onder de indruk. De plannen voor de bouw van het Venlose stadskantoor heb ik van begin af aan met grote belangstelling gevolgd.”

Burgemeester Antoin Scholten, die Reiners al kende van onze samenwerking in de euregio Rijn-Maas-Noord, maakte het mogelijk dat de Oberbürgemeister een privérondleiding over de bouw kreeg. De contacten met Venlo werden intensiever tegen de achtergrond van een mogelijke nieuwbouw van een stadskantoor in Mönchengladbach. ,,Sindsdien hebben veel politici en ambtenaren uit Mönchengladbach het stadskantoor in Venlo bezichtigd. Ik zet me ervoor in om een nieuw stadskantoor in mijn stad zoveel mogelijk volgens de C2C-uitgangspunten te realiseren,” zegt Reiners.

Erg benieuwd is hij verder naar het geplande INTERREG-project Healthy Buildings, waar Mönchengladbach samen met de Wirtschaftsförderung Mönchengladbach als projectpartner bij betrokken is. „Hiermee hebben we als grensoverschrijdende regio de kans om ons op het gebied van circulair bouwen toekomstgericht op te stellen en ons bovenregionaal als Cradle to Cradle-regio in de kijker te spelen.”

In Krefeld kennen ze het Venlose stadskantoor van diverse bezoeken in het kader van het partnerschap tussen beide steden. Krefeld heeft ‘grote belangstelling’ voor deze vorm van bouwen, maar concrete plannen voor een C2C-gebouw heeft de stad op dit moment nog niet, meldt een woordvoerder.

De verschillen zijn wel nog groot
Helemaal vlekkeloos verloopt de Nederlands-Duitse samenwerking nog niet als het gaat om C2C; niet uit onwil, maar vanwege verschillen in de wet- en regelgeving. Zo gaat Nettetal bij duurzame bouw uit van een levensduur van zestig jaar, terwijl Nederland rekent met een levensduur van dertig tot veertig jaar.

Duitse duurzame gebouwen moeten daarom zo mogelijk nóg flexibeler zijn dan Nederlandse soortgenoten. Bovendien maakt de ultralange levensduur van duurzame Duitse bouwwerken het in sommige gevallen relatief lastig om afspraken te maken over het terugbrengen van toegepaste materialen in de kringloop.

Daarnaast zijn er verschillen op het gebied van de brandveiligheid. In Duitsland zijn de eisen nog strenger dan in Nederland. In Nederland heeft de brandweer in het uiterste geval opdracht om een gebouw gecontroleerd te laten afbranden van een gebouw, terwijl de Duitse collega’s ook dan nog hun best moeten doen om een gebouw zo veel mogelijk te behouden. In Duitsland moet een gebouw daarom lang weerstand aan vuur kunnen bieden, wat hogere eisen stelt aan de toegepaste materialen.

„Het zou mooi zijn als de grensoverschrijdende samenwerking als spin-off zou hebben dat dergelijke verschillen tot het verleden gaan behoren zodat je plannen één op één met elkaar kunt vergelijken en uitwisselen”, zegt projectleider Michel Weijers van het stadskantoor in Venlo. „Aan weerszijden van de grens zit heel veel kennis en ervaring op het gebied van duurzaamheid. In veel gevallen vullen die elkaar aan. Dat lukt beter als de wet- en regelgeving aan beide kanten van de grens gelijk is.”

„Daarbij ziet Weijers vooral meerwaarde voor het Euregionale bedrijfsleven. „Juist door kennisdeling tussen gemeenten in de Euregio zullen opdrachtgevers eerder geneigd zijn de principes van C2C als randvoorwaarde te gaan stellen bij renovaties of nieuwbouw. Dat is vaak een belangrijk beginpunt.”

De juiste vragen van opdrachtgevers zorgen ervoor dat een markt voor gezonde en circulaire producten in de Euregio verder zal groeien. „Ik zie dat écht als een grote kans voor het Euregionale bedrijfsleven (producenten, architecten, et cetera). Dat zal daadwerkelijk de diensten en producten moeten leveren om de ambities van gemeenten mogelijk te maken. Gezamenlijk kunnen we deze markt in onze Euregio creëren.”

Artikel Dagblad de Limburger, door: John Huijs,  21-11-2017